Actueel

Blijf up-to-date

De apparatuur en software van ProCare worden veelvuldig ingezet in wetenschappelijke studies. We zijn trots op onze naamsvermelding in diverse wetenschappelijke publicaties en promotieonderzoeken. Daarom zetten we regelmatig onderzoeken in het zonnetje. Dit keer vertelt PhD Bas van Hooren bij Maastricht Universiteit over het gebruik van Vicon en Cometa in zijn promotieonderzoek.

“Ik heb het Vicon systeem met Cometa EMG gebruikt om de spierkrachten, activatie en vezellengte veranderingen van de hamstrings in drie verschillende krachtoefeningen te onderzoeken.”

“De belangrijkstre resultaten zijn dat de gemiddelde vezellengte was het hoogst in de deadlift (DL) DL, gevolgd door de Roman chair hold (RCH) en Nordic hamsting curl (NHC). De vezellengte verlenging was hoger in de NHC vergeleken met de RCH en DL, zonder verschil tussen de RCH en DL. De piekkrachten van de biceps femoris korte en lange kop, semitendinosus en semimembranosus waren over het algemeen hoger in de NHC vergeleken met de RCH en DL, terwijl de gemiddelde krachten tijdens de excentrische fase over het algemeen niet verschilden tussen de NHC en RCH. Piekkrachten in de NHC vielen samen met lage spieractivatie van de biceps femoris lange kop en semimembranosus. De NHC heeft over het algemeen de hoogste piekkracht in de hamstrings en resulteert in meer vezellengte verlenging vergeleken met de DL en RCH. De NHC kan daarom het meest effectief zijn om de toename van de vezellengte te bevorderen. Hoewel de NHC effectief kan zijn om krachtaanpassingen van de biceps femoris korte kop en semitendinosus te bevorderen, zijn de RCH en DL mogelijk effectiever om krachttoename in de lange kop en semimembranosus van de biceps femoris te bevorderen.

In een tweede onderzoek heb ik de piekbelasting en impuls per stap, de cumulatieve impuls en de cumulatief gewogen impuls (cumulatieve schade) op drie veel voorkomende blessure locaties (patellofemorale gewricht, scheenbeen en achillespees) onderzocht bij verschillende snelheden, oppervlaktegradiënten en cadensen. De belasting en schade aan het patellofemorale gewricht, tibia en achillespees werden geschat op basis van kinematische en kinetische data verkregen met Vicon (en gevalideerd met EMG verkregen middels Delsys). Een toename in de loopsnelheid verhoogde de cumulatieve patellofemorale schade, met een niet-significante toename van het scheenbeen en de achillespees. Een toename van de cadans verminderde de schade aan alle weefsels. Bergopwaarts hardlopen verhoogde de tibia en achillespees, maar verminderde patellofemorale schade, terwijl bergafwaarts hardlopen het omgekeerde patroon vertoonde. Indices per stap en cumulatieve belasting, en cumulatieve belasting en cumulatieve schade-indices liepen uiteen tussen de omstandigheden. Bovendien leiden veranderingen in loopsnelheid, oppervlaktegradiënt en stapfrequentie tot disproportionele veranderingen in de relatieve cumulatieve schade aan verschillende constructies.”