Inspanningstesten: wanneer kies je welke?
Van Cooper tot Wingate en van CPET tot wandeltest. Inspanningstesten zijn er in verschillende vormen en maten. Wat zijn de verschillen tussen de meest gebruikte testen? Wanneer gebruik je nou welke? En wat is er nodig voor een goede inspanningstest? Lees verder voor de antwoorden!
Maximaal aerobe inspanningstesten
Van oudsher ligt de focus van sportwetenschappers voornamelijk op het aerobe inspanningsvermogen, ook wel het duurvermogen. Niet voor niets is dé gouden standaard voor lichamelijke fitheid van een persoon, de maximale zuurstofopname (VO2max). Maximaal (aerobe) inspanningstesten kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd. Wij lichten twee van deze manieren uit: de VO2max-test (CPET) en de shuttle run test.
VO2max test/CPET
Wat: Een inspanningstest van tussen de 8 en 12 minuten op een fietsergometer of loopband met ademgasanalyse.
Wanneer: Als nauwkeurige info analyse van het hart, longen en spieren en de maximale zuurstofopname (VO2max) benodigd is.
Voordelen:
- De gouden standaard op het gebied van inspanningstesten
- Uitgebreide en nauwkeurige meetdata
- Veel verschillende protocollen beschikbaar
Nadelen:
- Vraagt veel fysieke inspanning van een patiënt
- Vergt veel voorbereidingstijd
- Veel kennis nodig over analyse en interpretatie van de resultaten
- Niet altijd zonder risico’s voor kwetsbare patiënten
20 meter Shuttle Run test
Wat: Veldtest om de VO2max te voorspellen uit de maximale loopsnelheid of het aantal behaalde trappen. Deelnemer loopt tussen 2 lijnen die op 20 meter afstand van elkaar liggen; de loopsnelheid wordt bepaald door twee geluidssignalen.
Wanneer: Als er weinig middelen zijn om diepgaander onderzoek te doen, en als er meerdere patiënten tegelijkertijd getest moeten worden.
Voordelen:
- Snelle test, meerdere mensen kunnen tegelijkertijd getest worden
- Referentiewaarden voor zowel volwassenen als kinderen beschikbaar
- Weinig specifieke apparatuur voor benodigd
Nadelen:
- Onnauwkeurige test
- VO2max is bij deze test een voorspelling en geen gemeten waarde
Maximaal anaerobe inspanningstesten
Het anaerobe inspanningsvermogen is belangrijk voor veel sporters en kan zelfs een kwestie van winst of verlies zijn. Oftewel: het vermogen van sporters om inspanningen van korte duur met een hoge intensiteit te leveren. Denk bijvoorbeeld aan een sprint in het voetbal, atletiek of wielrennen. Door de hoge intensiteit kan het anaerobe inspanningsvermogen maar kort worden volgehouden, vaak slechts enkele seconden. Door aerobe (duur)trainingen kan het anaerobe inspanningsvermogen verbeteren. Ook sprinttraining en voeding kunnen van invloed zijn op het aerobe prestatievermogen. Maar hoe kan je het anaerobe uithoudingsvermogen meten?
Dat blijkt best lastig te zijn. Eén van de weinige inspanningstesten die voldoet aan de eisen voor een anaerobe inspanningstest is de Wingate test.
Wingate test
Wat: Na opwarming van minstens 5 minuten op lichte weerstand, moet de sporter gedurende 30 seconden zo hard mogelijk trappen op een fietsergometer. De cadans en wattage worden continu gemeten. De uitkomsten van de test zijn het maximale behaalde vermogen (wattage) tijdens de test, het gemiddelde vermogen en de vermoeidheidsindex (verval in geleverde vermogen tijdens de test in watt/sec). De Wingate test kan uitgevoerd worden op een speciale sportergometer (Lode Excalibur Sport en Lode Brachumera Sport armergometer)
Wanneer: Wanneer info over het anaerobe inspanningsvermogen van een atleet benodigd is.
Voordelen:
- Uitgebreid onderzocht op validiteit en haalbaarheid
- Test kost weinig tijd, vanuit fysiologisch perspectief is een 30 seconden durende test een goede lengte om het anaerobe energiesysteem te testen
- Ook mogelijk voor rolstoelatleten met armergometer
Nadelen:
- Om een volledig beeld van een sporter te krijgen, is het noodzakelijk om zijn VO2max ook te weten
Submaximale inspanningstesten
Binnen de inspanningsfysiologie worden submaximale inspanningstesten regelmatig ingezet. Sommige patiënten zijn niet in staat om zich maximaal in te spannen, maar kunnen wel geruime tijd op een submaximaal inspanningsniveau bewegen. Daarnaast is het voor deze groep belangrijker om inzicht te krijgen in het duuruithoudingsvermogen dan de VO2max, omdat dit een beter beeld geeft over de functionele capaciteit die nodig is voor activiteiten in het dagelijks leven. Voor deze – vaak kwetsbare groep – patiënten kan een submaximale inspanningstest een uitkomst zijn. We behandelen de Steep Ramp Test, de Åstrand test en de 6 minuten wandeltest.
Steep Ramp test (SRT)
Wat: Een inspanningstest op een fietsergometer om inzicht te krijgen in de aerobe capaciteit. Korte test van zo’n 2 à 3 minuten waarbij de weerstand snel wordt opgevoerd (meestal 25 watt per 10 seconden), totdat de patiënt het aantal omwentelingen van 70-80 RPM niet meer haalt.
Wanneer: Vooral geschikt voor het bepalen van trainingszwaarte, of als evaluatief instrument.
Voordelen:
- Korte test
- Minder risico voor de patiënt dan een maximale inspanningstest
Nadelen:
- Nog weinig normwaarden beschikbaar
- Geen precieze inschatting van VO2piek
Åstrand test
Wat: Een submaximale test op een fietsergometer waarbij de proefpersoon gedurende 6 minuten op een bepaalde belasting fietst. De hartslag aan het einde van de test en de belasting (in wattage) geven een inschatting van de VO2max.
Wanneer: Voor het volgen van trainingsvoortgang, voor het bepalen van een conditie van een grote groep.
Voordelen:
- Een snelle en veilige test
- Schatting van de VO2max met behulp van het Åstrand-Rhyming-nomogram
Nadelen:
- Het betreft een inschatting van de VO2max met een meetfout van zo’n 10%
- Nog weinig referentiewaarden beschikbaar
- Minder geschikt om de conditie van een individu nauwkeurig te schatten
- Minder geschikt voor het gebruik bij patiënten, omdat rusthartslag bij veel patiënten vaak verhoogd is, wat ook een hogere hartfrequentie tijdens inspanning geeft in vergelijking met gezonde personen. Dat geeft een onderschatting van de VO2max van patiënten
6 minuten wandeltest
Wat: Een uitgezet parcours waarop de patiënt zes minuten lang loopt en een zo groot mogelijke afstand aflegt (zonder te rennen).
Wanneer: Deze test wordt vaak ingezet bij chronisch zieke patiënten (ouderen, longpatiënten, hartpatiënten, en patiënten met reumatische aandoeningen).
Voordelen:
- Weinig benodigdheden, behalve een meetlint, stopwatch en twee pylonen die de keerpunten markeren
- De test komt meer overeen met de dagelijkse activiteiten van een patiënt dan een maximale inspanningstest
Nadelen:
- De resultaten kunnen maar gedeeltelijk verklaard worden door de maximale zuurstofopname; andere factoren zoals snelheid, anaerobe capaciteit, efficiëntie en spierkracht hebben ook invloed
Apparatuur voor inspanningstesten
Zoals hiervoor beschreven, zijn inspanningstesten er in veel verschillende vormen en maten. Zo is er ook keuze uit verschillende apparatuur en software voor inspanningstesten. Voor de gouden standaard op het gebied van inspanningstesten (de CPET), wordt veelal gebruikgemaakt van de volgende apparatuur:
Ademgasanalyseapparatuur
Met ademgasanalyseapparatuur, zoals die van Cortex, kunnen zuurstofopname en ventilatie tijdens inspanning nauwkeurig worden gemeten. Ook voor het meten van rustmetabolisme, spirometrie en eventueel saturatie kan het ademgasanalyse systeem worden ingezet. Cortex heeft ademgasanalyse systemen voor zowel inspanningstesten in het lab, als op het veld en zelfs in het zwembad.
ECG-apparatuur
Om de activiteit van de hartspier tijdens inspanning in kaart te brengen, wordt – met name bij ouderen of patiënten met hart- en vaatproblemen – vaak ook ECG afgenomen bij een inspanningstest. In de sportmedische sector wordt ECG veelal ingezet in combinatie met ademgasanalyse. Welk ECG-systeem in uw situatie het best passend is, kunt u afstemmen met één van onze bewegingswetenschappers.
Lactaatmeter
Voor het analyseren en bepalen van lactaatwaarden in het bloed, gebruikt u een lactaatmeter. Lactaatmetingen toevoegen aan inspanningstesten geeft meer en diepgaander inzicht op de fysiologische drempels die de proefpersoon behaalt.
Bloeddrukmeter
Bloeddrukmeting tijdens inspanning wordt veelal ingezet om tussentijds te checken of de inspanningstest wel of niet meer veilig is voor een patiënt. Het is belangrijk om hierbij te kiezen voor bloeddrukmeters dat ook daadwerkelijk geschikt is voor gebruik tijdens inspanning, zoals de Metronik BL-6 Bloeddrukmeter.
Ergometer
Voor het afnemen van inspanningstesten worden met name fietsergometers, armergometers en loopbanden ingezet. Wanneer u kiest voor een loopband of een fietsergometer, hangt af van verschillende factoren. Zo wordt er voor wielrenners logischerwijs vaker voor een fietsergometer gekozen en voor hardlopers een loopband. Verder geldt:
- In Noord-Europa is fietsen gebruikelijk, dus wordt ook vaker een fietsergometer ingezet;
- Op een fietsergometer is het opgelegde wattage makkelijker meetbaar en te reguleren;
- Op de fietsergometer wordt vaak een lagere maximale zuurstofopname behaald dan tijdens een inspanningstest op een loopband;
- De RERmax is op de loopband hoger dan op de fiets;
- Voor patiënten wordt vaker voor een fietsergometer gekozen, de loopband wordt vooral ingezet bij gezonde mensen en sporters.
Fietsergometers
Op het gebied van fietsergometers zijn er twee types: de mechanisch en de elektromagnetisch geremde ergometers. Die laatste types zijn het meest precies in te stellen qua belasting, en de software past automatisch de belasting aan op de cadans van de fietser. De fietsergometers van Lode zijn elektromagnetisch geremd. Ook is er een fietsergometer speciaal voor kinderen ontwikkeld, omdat kinderen vaak niet op een normale fietsergometer passen.
Loopbanden
Bij de keuze voor een loopband is het voornamelijk belangrijk om te kijken naar het vermogen van de motor, de maximale snelheid en de maximale hellingshoek. Lode heeft verschillende type loopbanden, geschikt voor patiënten die op zeer lage snelheid kunnen lopen tot loopbanden specifiek gericht op topsport die schokabsorberend werkt.
Inspanningstesten analyseren en interpreteren
Bent u een stapje verder in de keuze voor welke inspanningstesten u wilt uitvoeren en welke apparatuur daar het beste bij past? Dan is het natuurlijk ook van belang om diepgaandere kennis te hebben over de analyse en interpretatie van de uitkomsten van een inspanningstest. Wij bieden verschillende cursussen waarbij u die kennis opdoet, zoals de cursus Ergometrie Expert of de cursus Inspanningsfysiologie (CPET). Houd onze cursusagenda in de gaten om op de hoogte te blijven van de cursusdata.
Wellicht vindt u dit ook interessant...
Hulp nodig?
Als u hulp nodig heeft bij uw apparatuur voor inspanningsfysiologie, sport, revalidatie of bedrijfsgeneeskunde: Bewegingswetenschapper Laura heeft altijd wel een oplossing.
Bronnen
Inspanningstests, Tim Takken (2007)