Nek- en rugklachten: een objectieve tool om de wervelkolom in kaart te brengen

Posted on

In 2017 gingen er naar schatting 2.028.500 mensen bekend met de diagnose nek- en rugklachten, naar de huisarts. [1]Daarnaast raadpleegden in 2015 ongeveer 40% van de mensen een fysio- of oefentherapeut in verband met nek- en rugklachten[2].  Jaarlijks komen daar ook veel gevallen bij. In 2017 waren er bijvoorbeeld alleen al 613.900 nieuwe gevallen van lage rugpijn zonder uitstraling. Het zijn daarmee ook de meest voorkomende aandoeningen van het bewegingsapparaat. De zorgkosten die hiermee gemoeid zijn worden geschat op zo’n 1,3 miljard euro in 2011.

Oorzaak en gevolg

Het is duidelijk een veelvoorkomend probleem wat veel kosten met zich mee brengt. Gevolgen hiervan zijn logischerwijs pijn en verminderd lichamelijk functioneren. Het blijkt zelfs dat lage rugpijn de aandoening is die leidt tot de meeste levensjaren met beperking[3]. Wanneer oorzaken van nek- en rugklachten bekend zijn kan er gekeken worden hoe deze klachten verminderd kunnen worden. Maar daar zit direct ook een probleem. Uit een studie van een aantal jaren geleden blijkt namelijk dat in 92% van de gevallen geen specifieke oorzaak gevonden kan worden[4]. Een latere studie gericht op lage rugpijn geeft ook aan dat er maar weinig specifieke oorzaken gevonden kunnen worden[5].

Wat nu?

Het lijkt dus belangrijk te zijn om oorzaken van nek- en rugklachten in kaart te brengen zodat die oorzaken bestreden kunnen worden. Het is natuurlijk een flinke uitdaging aangezien de oorzaken al jaren onbekend zijn en helaas zal dit artikel daar ook geen antwoord op geven. Dit artikel zal echter wel ingaan op een objectieve manier om de rug en nek in kaart te brengen. Op deze manier wordt objectief gekeken of klachten bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een bepaalde houding of stand van de wervelkolom. Daarnaast is het niet alleen het in kaart brengen van een bepaald moment, maar ook het bijhouden van een progressie. Wanneer er een therapie uitgevoerd wordt kunnen verschillende meetmomenten het effect van de therapie objectief bijhouden en kan gekeken worden of het gewenste resultaat behaald wordt.

Hoe werkt het?

Een dergelijke objectieve manier van meten is 3D wervelkolom en houdingsanalyse, bijvoorbeeld door middel van DIERS formetric technologie. Deze technologie maakt gebruikt van een stralingsvrije en markerloze scanningsmethode om de topografie van de rug in kaart te brengen en een 3D- reconstructie van de wervelkolom te maken.
Diers

Een lichtprojector projecteert een patroon van parallelle strepen op de rug van een patiënt, welke vervolgens opgenomen worden door een camera. De software analyseert de krommingen van de lijnen en genereert daaruit een 3D-model van de oppervlakte. Door automatische detectie van anatomische herkenningspunten en een correlatiemodel die op wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd kan een 3D-model van de wervelkolom gemaakt worden. Op basis hiervan wordt een objectieve en kwantitatieve analyse gemaakt waaruit vele klinische variabelen van lichaamshouding, scoliose en meerdere wervelkolom vervormingen komen.

Wat komt hieruit?

De 3D-reconstructie van de wervelkolom geeft al een goed beeld van de houding en afwijkingen hierin. Echter wordt het nog objectiever wanneer het cijfermatig wordt weergegeven. Op basis van deze analyse worden er dan ook vele variabelen berekend die onder andere ook klinisch van toepassing zijn.

  • Scoliose en scoliotische verplaatsingen
  • Beenlengte discrepanties
  • Scheefstand, rotatie en torsie van de pelvis
  • Houding gerelateerde pijn symptomen
  • Houdingsvarianties
  • Hyper-/Hypo Kyfose/Lordose
  • Osteoporose
  • Artrose
  • Vertebrale blokkades
  • Neurologische symptomen (bijv. Romberg test)
  • Spier onbalans of tekortkomingen

Enkele klinische toepassingen worden hieronder afgebeeld:

Klinische toepassingen Diers

Hoe wordt dit in de praktijk toegepast?

Terugkomend op de vraag wat oorzaken van nek- en rugklachten zijn is het interessant om te zien welke rol DIERS technologie hierin kan betekenen. Hieronder enkele voorbeelden van studies en praktische toepassingen waarin DIERS gebruikt is.

Wervelkolom parameters in relatie tot rugpijn aandoeningen

In 2009 is onderzocht wat de invloed is van houdingskarakteristieken op niet-specifieke rugpijn[6]. Daarin hebben ze DIERS gebruikt om een vergelijking in wervelkolom parameters te maken tussen een controlegroep en een groep met rugpijn. Daaruit bleek dat patiënten met rugpijn hogere waardes scoorden voor romp onbalans, inclinatie en torsie van de pelvis. Deze resultaten kunnen gebruikt worden als diagnose bij medische screening. Maar ook bij het opstellen van specifieke rugpijn trainingsprogramma’s.

Effect van trainingsprogramma bij wervelkolom letsel

Naast het onderzoeken van parameters die effect kunnen hebben op een bepaalde aandoening kan het systeem ook gebruikt worden om effecten van training in kaart te brengen. In dit geval ging het om een case study waarbij een patiënt met wervelkolom letsel gevolgd werd[7]. Deze patiënt had last van een instabiele houding waarbij pelvis en wervelkolom een abnormale stand hadden. Na het volgen van een 12 weken durend trainingsprogramma was flexie en extensie van de lumbale regio verbeterd. Daarnaast was er een verbetering in de vorm van de wervelkolom te zien.

Vergelijking tussen blootsvoets en met schoenen hardlopen

Ten slotte gaat het niet alleen om analyses bij nek- en rugklachten of aandoeningen. Maar wordt het systeem ook ingezet om prestaties te verbeteren of blessures te voorkomen. Zo is er bijvoorbeeld gekeken naar de verschillen in wervelkolom dynamiek tussen blootsvoets en met schoenen hardlopen[8]. Hieruit blijkt dat blootsvoets hardlopen resulteert in een voorvoet landing met daarbij een kleinere romphoek. Blootsvoets lopen zorgt voor dynamische veranderingen in houding waardoor kracht beter wordt verdeeld. Daardoor zorgt blootsvoets hardlopen voor minder stress op de gewrichten in de onderste extremiteit en rug en daardoor minder kans op blessures.

Kortom…

Nek- en rugklachten zijn een serieus probleem omdat het vaak voorkomt en veel kosten met zich meebrengt. De gevolgen ervan zijn aanzienlijk maar tegelijkertijd zijn de oorzaken vaak niet bekend.  De technologie van DIERS zou kunnen helpen om een beter idee van oorzaken van nek- en rugklachten en gerelateerde aandoeningen te krijgen. Maar daarnaast ook om progressie bij trainingsprogramma’s bij te houden of de effecten van interventies in kaart te brengen. Dit alles door een objectieve manier van het in kaart brengen van de wervelkolom.

Gebruikte bronnen voor dit artikel:

[1] Nivel Zorgregistraties eerste lijn
[2] Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg
[3] Vos et al., 2012
[4] Deyo et al., 1992
[5] Henschke et al., 2009
[6] Schröder & Mattes, 2009
[7] Sung, Yoon & Park, 2015
[8] Draus et al., 2015